Man in rood jack

 

Eemshaven
Hoe kan het dat ik van de provincie Groningen nog het rijtje ken en niet alleen de plaatsnamen maar ook de landkaart heb onthouden. De groene kleur van boven, geel daaronder en die vreemde punt rechts naar beneden, die eindigt bij Ter Apel… Lees verder via Literair Nederland.

Emil Nolde

 

Seebüll
Je hebt tijdens het reizen soms het gevoel dat je ergens dichtbij bent. Niet zozeer in letterlijke zin, een plek of plaats, maar alsof een verwachting die sluimert elk moment kan worden ingelost… Lees verder via Literair Nederland.

Verrekijker-kijkers

 

In de vroege ochtend fiets ik naar Schlüttsiel voor de veerboot naar de Hallig Langeneβ. Ik passeer de Holländerdeich, landinwaarts een gebied met alleen maar rechte lijnen. Over de dijk zie ik het wad met afdrukken van vogelpoten en daarboven een kraakheldere lucht. De Duitse schilder Emil Nolde woonde en werkte in deze streek… Lees verder via Literair Nederland.

Een lorriewagen door het landschap

 

‘Ik weet niet wat ik zie. Het lijkt een boomgroep met wat huizen eromheen die in de verte als een schip voor anker is gegaan. En links daarvan een oude treinrails op een dam vol kweldergras die ergens oplost in de zee. Achter mij…’ Lees verder via Literair Nederland

Polonaise

 

‘Nergens aan de Duitse waddenkust heeft de mens zo duidelijk zichtbaar ingegrepen. Vanaf de 12e/13e eeuw was ‘Wer nicht will deichen, der muβ weichen’ hier in Ditmarschen, ten noorden van de Elbe, het motto. De polders dragen namen van prominenten uit de geschiedenis. Kaiser Wilhelmkoog, Kaïserin Auguste Viktoriakoog en… lees verder via Literair Nederland.

Kunsterzieher

 

‘Plaats 40, met de voorkant van uw camper in de richting van het pad,’ zegt de man achter de receptie. Alhoewel ik hier te gast ben, klinkt het als een opdracht. Even later sta ik in een rij enorme campers met namen van vliegtuigen… Lees verder via Literair Nederland.

Pseudo-stad

 

Ezumazijl-Ostmahorn
In het woonhuis achter de dijk bij Ezumazijl is iemand jarig. Ik fiets er langs en kijk naar binnen. Mensen zitten in een kring rechtop zoals ooit mijn ooms en tantes bij de verjaardag van mijn moeder… Lees verder via Literair Nederland.

Taal

 

Het Bildt
Geke Postma-Postma heeft het Bildts dictee gewonnen, herinner ik me terwijl ik vanaf de Oude Bildtsedijk het land in kijk. Rechts een enorm gebouw met sierlijke letters op de gevel: ‘Openbaar Lager Onderwijs Anno 1898’. Wellicht leerden daar de kinderen het Bildts. Of juist niet, dat kan ook, wat je spreekt hoef je niet meer te leren. Lees verder via  Literair Nederland

Voor anker

 

Hviding
…op een stenen bank schrijf ik in mijn notitieboekje ‘het gaat niet om het doel, maar om de weg er naar toe.’ Wat een cliché, ik zit hier een beetje voor boeddhist te spelen alleen maar om mezelf te troosten dat ik niet naar binnen kan. Lees verder via Literair Nederland

Vogels spotten

Montmartin-sur-mer

De camping Municipal ligt in een klein dal en na een scherpe bocht rij ik steil omhoog, zet mijn camper neer en kijk uit over de heuvels. Onder mij, zo’n dertig meter diep schat ik, de camping met één caravan. Ik ben hier meer geweest in Montmartin-sur-mer. Het zal het uitzicht zijn, de kalmte en de eenvoud.
Vlakbij het toiletgebouw staat de caravan met voortent. Hij is van een ouder echtpaar, al merk ik dat het woordje ‘ouder’ in vergelijking met mijn eigen leeftijd steeds relatiever wordt. Laat ik het anders zeggen: ze zien er ouder uit dan ik me voel.

Zij is gezet en loopt schommelend van de caravan naar het toiletgebouw, als ik haar passeer groet ze met een opgewekt ‘bonjour’. Hij inspecteert de caravan, loopt er omheen alsof die niet nog van hem is maar dat hij elk moment een bod gaat doen. Ze stralen rust uit, maar lijken tegelijkertijd gehaast.
Ze eten in de voortent. Aan de manier waarop ze eten kan je zien dat ze trek hebben in het volgende. Hij staat op en sluit de ritsen van de voortent, zij opent ze. Het lijkt alsof er iets klaar gezet moet worden, iets wat ik niet zie. Misschien krijgen ze bezoek.

Buiten staat een wasrekje. Hij voelt of de was al droog is, gebaart naar haar om het rustig aan te doen want zij wil al gaan vouwen. Hij loopt weg, zij roept wat. Hij loopt weer terug en kijkt naar de lucht. Hij opent de deuren van de Peugeot – zo kan die lekker luchten – en bedekt de voorruit met een folie tegen de zon.
Hij zet twee klapstoeltjes neer, zij gaat zitten maar staat gelijk weer op. Hij dekt de tafel.
Even later zie ik ze lopen, arm in arm. Hij trippelt, zij loopt in een schommelgang.